Als er al zoiets bestaat als ‘honden- of kattenmensen’ dan behoor ik zonder de minste twijfel tot de eerste species. Katten zijn ondingen in en buiten het huis. Ze luisteren nergens naar, je kunt ze niks bijbrengen en buiten verjagen ze mijn geliefde vogels.
Eén hond woonde er ooit in ons gezin. Een Schotse
herder. Een collie. Een ‘Lassie‘ dus. Rustig, vol aandacht, snelle leerling.
Alleen zwemmen en met het achterwerk op nat gras zitten: zo gek kreeg ik ‘em
nooit. Onze manier van leven en (vooral) werken laat zich echter niet
combineren met het verantwoord verzorgen van een hond: na onze trouwe Hesketh
kwam er dus geen opvolger.
Mandjes
Nu ik veel met de
camper op pad ben kom ik weer veel honden tegen. Want in opvallend veel campers
reist een hond mee, stel ik vast. Dat gegeven alleen al verbaast mij: na het
verplichte uitlaten ook als het regent zo’n natte stinkhond – tja, het is niet
anders – in je camper, daar moet ik niet aan denken. Hesketh woonde destijds
bij ons buiten, in zijn eigen verblijf. Overdag los in de tuin, ’s nachts in
het hok. (‘Ja, maar ik heb geen tuin.’ O, waarom heb je dan een hond?)
